Deze excursie was uitgesteld vanwege het weer. Eigenlijk zouden we 11 januari gaan, maar dat weekend golden er weerwaarschuwingen voor het grootste deel van het land. Vooral de gevoelstemperatuur zou gevoelig laag liggen, zo laag dat we besloten tot uitstel. Niet dat het de 25e januari nou ineens lenteweer was; het was nog steeds koud, vochtig, met een venijnig windje. Toch verzamelde zich een aardig groepje bij het afspreekpunt, aan de westkant van de plassen. We waren nog niet onderweg of… wat vloog daar? Dat leek toch wel verdacht veel op een houtsnip. Mooi begin!
Als eerste liepen we naar de Lepelaarsplas, waar een kijkhut staat. We waren niet de enigen. Blijkbaar werd het enthousiasme van de nieuwe generatie vogelaars door sommigen niet zo gewaardeerd. Na nogal wat gebrom verlieten ze duidelijk geïrriteerd de hut. De vogels op het meertje leken zich hoegenaamd niet te storen aan ons geluid, als het voor hen al hoorbaar was. Toen een paar minuten later een helikopter laag overvloog openden de paar slapende vogels op het water zelfs niet even hun ogen.
Te zien waren: dodaars, kuifeend, zwaan, de nodige agressieve meerkoeten, kuif- en bergeenden, zwaan, wintertaling, zaagbek en aalscholvers. We hadden een zeearend net gemist, hoorden we van twee minder knorrige vogelaars (maar dat werd later ruimschoots goedgemaakt).
De kinderen trokken zich minder aan van de kou dan de ouders en liepen vrolijk kletsend rond. Behalve op de plas en de verschillende vaarten, was er niet heel veel te zien en nog minder te horen. De dieren waren slimmer dan de mensen en hadden vast een goed schuilplekje gevonden, wachtend op warmere tijden. Toch scoorden we naast winterkoninkjes, roodborsten, groenling, een vlaamse gaai, buizerd en torenvalk zelfs nog een paartje nonnetjes op de weg terug naar de parkeerplaats. Én een schaatsende koolmees!
Het plan was om langs meerdere plekken te gaan. Omdat het weer wel erg veel kouder was dan gehoopt, besloten we in overleg nog richting één andere vogelhut te gaan, aan de oostkant van de Oostvaardersplassen: vogelkijkhut de Grauwe Gans. Die lag niet ver van het bezoekerscentrum, wat meteen een mooie plek was om te eindigen.
Aangekomen bij de hut troffen we twee andere vogelaars met een telescoop en gelukkig een open houding. Het uitzicht op de plas liet vooral watervogels zien die zich op de niet bevroren stukken hadden verzameld. Dat gaf dan weer mogelijkheden voor zeearenden, waarvan we uiteindelijk zeker vijf gespot hebben. Twee losten elkaar om beurten af op het ijs, niet ver van de drijvende vogels. Die waren niet echt onder de indruk, gezien het ontbreken van enige reactie. Verder was het ook hier stil en koud. Toch was het een goede dag geweest: buiten, in de natuur, frisse lucht en vogels. En als je dat dan kunt afsluiten met een beker warme chocolademelk (met slagroom!).. Tsja, sorry vogels, wij zijn maar mensen.


