De voorspelling van een zonnige, rustige bijna-lente-dag leek bij vertrek niet echt waarschijnlijk. Mist. Niet heel dicht, maar het zou nog lang kunnen blijven hangen. Gelukkig was het niet te koud en stond er geen wind. Fijn fietsweer dus. Mooi, want dat is de makkelijkste manier om het Landje van Geijsel te bereiken. Je fietst dan bovendien nog een stukje door de polder en hebt zo kans om alvast wat vogels te spotten.
Bij het Landje van Geijsel is de kijkplek perfect opgezet voor de vogelaar: op een hoek en wat hoger dan het ondergelopen Landje zelf, vrij zicht, picknicktafels.
De opkomst was hoog, met ook enkele nieuwe gezichten. Leuk en welkom!
Met zoveel ogen werd er al snel flink op los gespot. Tussen de grote aantallen grutto’s en kokmeeuwen, aalscholvers en smienten had zich zelfs een watersnip verstopt. Bijna perfect gecamoufleerd had iemand ‘m toch in de smiezen gekregen. En eenmaal gezien, zien anderen ook een stuk makkelijker. Andere spots tussen de wat opgewonden meerkoeten en de schuwere waterhoentjes: kuifeend, kemphaan, wintertaling, slobeend, scholekster, tafeleend, tureluur, krakeend, knobbelzwaan en kievit.
Wie zijn ogen niet alleen had gefixeerd op het natte Landje en de watervogels, kon achter zich, in boom, struik en gras, (op gehoor) ook nog witte kwikstaart, vink en holenduif waarnemen.
Zelfs al had je alle mooie vogels al gezien, het bleef leuk om rond te blijven turen. De eenden waren vooral aan het rusten. Met hun kop tussen de veren trokken ze zich niets aan van de bezige grutto’s en bedrijvige scholeksters. Intussen trok de mist ook geleidelijk op en werd de zon meer zichtbaar. Na enkele uren namen we afscheid van het Landje en met een kleine omweg langs de Ouderkerkerplas (daar zat een buizerd heel mooi in het gras!) ging het weer huiswaarts.
Coen

